Socialezekerheidsrecht

Hersteluitspraak van de uitspraak van 13 december 2024.

Rechtbank Den Haag, 8 januari 2025

Zaakgegevens

Op 8 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
8 januari 2025
Datum publicatie
18 april 2025
Zaaknummer
24/95
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:6606
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak van de uitspraak van 13 december 2024.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/95


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2025 ter verbetering van de uitspraak van 13 december 2024, zaaknummer SGR 24/95 in de zaak tussen


Nature's Pride, uit Maasdijk, verzoekster

(gemachtigde: mr. P.M. Eijgenhuijsen),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. D. Spiering-Kalay).

Overwegingen

1. Op 13 december 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovenvermelde zaak.

2. Het is de rechtbank gebleken dat haar uitspraak van 13 december 2024 een kennelijke fout bevat. De rechtbank heeft geconstateerd dat in overweging 4 en in het dictum van de uitspraak een verkeerd totaalbedrag aan te vergoeden proceskosten is vermeld. In overweging 2.3 heeft de rechtbank de vergoeding van proceskosten vanwege door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op € 1.499,- vastgesteld. Vervolgens is bij de optelling in overweging 4 een bedrag van € 1.149,- in plaats van € 1.499,- betrokken. De rechtbank zal de fout herstellen en het dictum aanpassen.

3. Herstel van de fout brengt mee dat overweging 4 van de uitspraak van

13 december 2024, SGR 24/95 als volgt komt te luiden:

Het totaalbedrag aan door verweerder te vergoeden proceskosten is € 2.643,06 (€ 1.144,06 + € 1.499,-).

4. De rechtbank verbetert het dictum van haar uitspraak van 13 december 2024,

SGR 24/95 als volgt:

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.643,06.

Beslissing

De rechtbank verbetert de fout in de uitspraak van 13 december 2024 op de wijze als omschreven onder 3. en 4. en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van

mr. I. Ince, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor verzet tegen de oorspronkelijke uitspraak.