Socialezekerheidsrecht

Voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen. Geen spoedeisend belang. Verzoekster heeft inkomen en hoeft niet…

Rechtbank Den Haag, 28 juli 2026

Zaakgegevens

Op 28 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 juli 2026
Datum publicatie
29 juli 2026
Zaaknummer
SGR 26/3822
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21158
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen. Geen spoedeisend belang. Verzoekster heeft inkomen en hoeft niet op korte termijn woning te verlaten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 26/3822


uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

en

het college van burgemeester en Wethouders van Midden-Delfland, het college

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekster heeft op 3 maart 2026 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 april 2026 afgewezen omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam].


Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van griffierecht toe, omdat verzoekster voorshands voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet over minimaal een netto-inkomen van 95% van de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm beschikt.

Spoedeisend belang

4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening wordt alleen getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op het ingediende bezwaar- of beroepschrift.

4.1.

Verzoekster heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat zij geen inkomen heeft en niet over de financiële middelen beschikt om in haar basisbehoeften te voorzien. Door afwijzing van de aanvraag is verzoekster in ernstige financiële problemen geraakt en heeft ze betalingsachterstanden opgebouwd. Haar financiële problemen hebben met name betrekking op het betalen van de huur, levensmiddelen en noodzakelijke hygiëneproducten. Momenteel is ze voor haar verblijf en dagelijkse kosten afhankelijk van hulp.

4.2.

De voorzieningenrechter ziet in het betoog van verzoekster onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij sinds twee weken een baan heeft. Er is dus sprake van inkomen. Ook is niet gebleken dat verzoekster op korte termijn het adres waar zij verblijft moet verlaten. Dat verzoekster een schuld heeft opgebouwd vanwege achterstanden in het betalen van de huur is niet met stukken onderbouwd. Ook is niet gebleken dat verzoekster deze schuld op korte termijn zou moeten terugbetalen. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat er momenteel sprake is van een acute financiële noodsituatie. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat er geen spoedeisend belang is waardoor verzoekster niet kan wachten op de beslissing op haar bezwaarschrift.

4.3.

Omdat een spoedeisend belang ontbreekt, kan de door verzoekster gevraagde voorziening alleen worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake van is.

Conclusie en gevolgen

5. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Dat betekent dat het bestreden besluit in ieder geval blijft gelden tot op het bezwaar is beslist. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.