Socialezekerheidsrecht
Verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.
Rechtbank Den Haag, 17 juli 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:13597 · Rechtbank Den Haag · 17 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-13597
Zaakgegevens
Op 17 juli 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 juli 2023
- Datum publicatie
- 8 september 2023
- Zaaknummer
- 23/4081
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13597
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4081
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: M.J. Logan).
Procesverloop
In de brief van 14 januari 2023 heeft verweerder verzoeker een overzicht van zijn schulden toegestuurd.
In het besluit van 22 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de brief van 14 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Voordat kan worden overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening, moet worden beoordeeld of sprake is van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een geval als dat van verzoeker kan dat zo zijn wanneer sprake is van een (financiële) noodsituatie, welke het voor hem onevenredig bezwaarlijk maakt dat hij de beslissing in de hoofdzaak af moet wachten.
2. Uit het verzoekschrift blijkt dat het spoedeisend belang van verzoeker erin is gelegen dat hij een schuld moet terugbetalen aan verweerder en dat hij als gevolg daarvan geen geld meer heeft om zijn gezin te onderhouden. Hij stelt dan ook dat hij moet worden vrijgesteld van het aflossen op deze schuld (totdat op zijn verzoek om kwijtschelding is beslist). Verzoeker heeft zijn spoedeisend belang echter in het geheel niet onderbouwd met stukken en ook heeft hij niet ter zitting een toelichting hierop gegeven. De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat niet gebleken is van een spoedeisend belang.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I. Geerink-van Loon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2023.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: