Vreemdelingenrecht
Hersteluitspraak. Dublin.
Rechtbank Den Haag, 19 december 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:15911 · Rechtbank Den Haag · 19 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2016-15911
Zaakgegevens
Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2016
- Datum publicatie
- 21 december 2016
- Zaaknummer
- NL16.3524herstelusp
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2016:15911
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak. Dublin.
Uitspraak
RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht
Zaaknummers: NL16.3524 (beroep) en NL16.3525 (verzoek)
V-nummer: [nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken ter verbetering van de uitspraak van 15 december 2016 in de zaak tussen
[naam], eiser en verzoeker, hierna: eiser,
gemachtigde mr. J.C.A. Koen,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde: mr. I. Lemmers.
Overwegingen
Het is de rechtbank gebleken dat onder rechtsoverweging 4 van de uitspraak met bovengenoemde procedurenummers Polen vermeld is als lidstaat die verantwoordelijk is voor behandeling van de asielaanvraag van eiser. Dit is niet juist. De rechtbank zal dit kennelijke gebrek herstellen op de hierna te vermelden wijze.
Beslissing
De rechtbank verbetert de motivering van voornoemde uitspraak in overeenstemming met het hierboven overwogene. Dit betekent dat rechtsoverweging 4, laatste alinea, als volgt wordt gewijzigd:
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat overdracht van eiser aan Zwitserland, welke lidstaat gelet op het onder 2 bedoelde claimakkoord verantwoordelijk is voor behandeling van de asielaanvraag van eiser, niet strijdig is met (artikel 32 van) het Vluchtelingenverdrag.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2016.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.