Vreemdelingenrecht
Dublin Italië, psychische klachten niet medisch onderbouwd, beroep ongegrond,
Rechtbank Den Haag, 27 september 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:12050 · Rechtbank Den Haag · 27 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2019-12050
Zaakgegevens
Op 27 september 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 27 september 2019
- Datum publicatie
- 14 november 2019
- Zaaknummer
- NL19.20396
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:12050
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Italië, psychische klachten niet medisch onderbouwd, beroep ongegrond,
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.20396
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. K. Bruin).
Procesverloop
Bij besluit van 29 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.20397, plaatsgevonden op 27 september 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A.K. Umar. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet is in geschil dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser, omdat hij daar eerder drie asielaanvragen heeft ingediend. De Italiaanse autoriteiten hebben ingestemd met zijn terugname.
2. De Italiaanse autoriteiten hebben hiermee toegezegd de asielaanvraag van eiser opnieuw te behandelen. Daarbij geldt dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uit mag worden gegaan dat Italië dat zal doen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Verweerder heeft in dat verband terecht gewezen op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) tot op heden. De enkele opmerking van eiser dat in Italië veel asielzoekers op straat moeten leven is onvoldoende voor een ander oordeel en gaat eraan voorbij dat eiser eerder ook opvang heeft gehad in Italië.
3. Aan de beoordeling van de stelling van eiser dat hij slachtoffer is van mensenhandel wordt niet toegekomen bij de uitvoering van de Dublinverordening. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser hiervan ook in Italië aangifte kan doen. Voor zover eiser stelt in Italië te vrezen voor mensensmokkelaars, kan hij daartegen de bescherming zoeken van de Italiaanse autoriteiten. Dat eiser, zoals hij stelt, in Italië in de opvang door mensensmokkelaars is gedwongen tot prostitutie, is onvoldoende voor de conclusie dat de Italiaanse autoriteiten eiser niet kunnen of willen beschermen.
4. Eiser heeft ook overigens niet aannemelijk gemaakt dat hij moet worden aangemerkt als een bijzonder kwetsbare asielzoeker met een bijzondere, niet op voorhand gegarandeerde opvangbehoefte. Eiser heeft zijn gestelde psychische klachten niet met medische stukken onderbouwd. Zoals verweerder heeft overwogen in het bestreden besluit blijkt uit het patiëntendossier niet van de noodzaak van specialistische behandeling. Voor de door eiser in beroep overgelegde informatie over een uitnodiging voor een intake gesprek bij PsyQ en over het voornemen van een operatie aan de hiel geldt dat Italië vergelijkbare medische voorzieningen heeft en dat niet aannemelijk is geworden dat een eventuele behandeling in Nederland moet plaatsvinden. Op basis van de nu bekende gegevens zijn er geen aanwijzingen voor medische problematiek die mogelijk in de weg staan aan overdracht aan Italië.
5. Aangezien eiser niet is aan te merken als extra kwetsbare asielzoeker, gaat het beroep op het Tarakhel-arrest niet op. Alleen al hierom bieden de recente ‘interim measures’ van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens evenmin een aanknopingspunt voor de conclusie dat eiser niet kan worden overgedragen aan Italië.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 27 september 2019.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en aan partijen toegestuurd op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.