Vreemdelingenrecht

Beroep niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Rechtbank Den Haag, 4 september 2019

Zaakgegevens

Op 4 september 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
4 september 2019
Datum publicatie
17 september 2019
Zaaknummer
AWB 18 / 10032
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:9771
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 18/10032

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 4 september 2019 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

gemachtigde: mr. T.Y. Tsang,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

gemachtigde: mr. S. de Vita.

Procesverloop

Eiser heeft op 28 december 2018 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van

29 november 2018 (het bestreden besluit).

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2019. Beide partijen zijn met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is vier weken. Dat blijkt uit artikel 69 van de Vreemdelingenwet 2000.

2. Het bestreden besluit is van 29 november 2018. De termijn voor het instellen van beroep eindigde daarom op 27 december 2018. Het beroep is ingesteld op 28 december 2018. Dat is dus één dag te laat. De rechtbank ziet zich dan ook ambtshalve voor de vraag gesteld of het beroep van eiser ontvankelijk is.

3. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat het voor eiser nog niet bekend was of hij in Nederland diende te blijven of dat hij uitgezet zal worden naar België is geen geldige reden om te laat beroep in te stellen.

4. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van eisers beroep.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. M. van Andel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.