Vreemdelingenrecht
Beroep niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Rechtbank Den Haag, 4 september 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:9771 · Rechtbank Den Haag · 4 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2019-9771
Zaakgegevens
Op 4 september 2019 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 september 2019
- Datum publicatie
- 17 september 2019
- Zaaknummer
- AWB 18 / 10032
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:9771
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 18/10032
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 4 september 2019 in de zaak tussen
[naam] , eiser,
gemachtigde: mr. T.Y. Tsang,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
gemachtigde: mr. S. de Vita.
Procesverloop
Eiser heeft op 28 december 2018 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van
29 november 2018 (het bestreden besluit).
De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2019. Beide partijen zijn met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is vier weken. Dat blijkt uit artikel 69 van de Vreemdelingenwet 2000.
2. Het bestreden besluit is van 29 november 2018. De termijn voor het instellen van beroep eindigde daarom op 27 december 2018. Het beroep is ingesteld op 28 december 2018. Dat is dus één dag te laat. De rechtbank ziet zich dan ook ambtshalve voor de vraag gesteld of het beroep van eiser ontvankelijk is.
3. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat het voor eiser nog niet bekend was of hij in Nederland diende te blijven of dat hij uitgezet zal worden naar België is geen geldige reden om te laat beroep in te stellen.
4. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van eisers beroep.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. M. van Andel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 september 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.