Vreemdelingenrecht

Beroep tegen maatregel COa. Maatregel terecht opgelegd. Time out

Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
26/3788
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22677
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen maatregel COa. Maatregel terecht opgelegd. Time out

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/3788


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit Assen, eiser,

V-nummer: [v-nummer] ,

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa),

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van het COa om eiser met ingang van 5 maart 2026 voor de duur van een week op een time-out kamer op een andere locatie te plaatsen. De maatregel houdt tevens in dat eiser de toegang tot de locatie AZC Assen wordt ontzegd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de plaatsing.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het COa heeft met een besluit van 5 maart 2026 aan eiser met directe ingang een maatregel opgelegd. In dit besluit is bepaald dat alle verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) voor de duur van een week worden ingehouden op de locatie AZC Assen. Eiser wordt per 5 maart 2026 voor de periode van een week geplaatst in een time-out kamer in Hoogeveen en eiser krijgt een locatieverbod voor het asielzoekerscentrum in Assen.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het COa heeft een verweerschrift ingediend.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het COa deelgenomen. Eiser is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbank


Standpunt eiser

3. Eiser stelt zich ten aanzien van het incident op standpunt dat hij werd beledigd door zijn Turkse kamergenoten. Zij maakten racistische opmerkingen over Koerden. Eiser stelt dat hij geen mes heeft gepakt, hij heeft niemand aangevallen of bedreigd. Eiser moest zich verdedigen tegenover zijn agressieve kamergenoten. Er was regelmatig sprake van spanningen op de kamer omdat zijn kamergenoten hem dwongen te vasten en te bidden tijdens de Ramadan. Hij voelde zich ook geïntimideerd en bang. Eiser heeft paniekaanvallen, een angststoornis, depressie en PTSS. Daarnaast heeft hij ook lichamelijke klachten. Eiser staat onder medische behandeling. Vanwege zijn problemen is het eigenlijk niet mogelijk om op een kamer te wonen met andere mensen. Eiser wil graag een eenpersoonskamer, maar dat is niet mogelijk. Eiser heeft ook eerder om hulp gevraagd, maar heeft dat niet gekregen. Eiser vindt de maatregel niet rechtvaardig.


Het incident

4. Uit het dossier blijkt dat eiser in de nacht van 4 op 5 maart 2026 ruzie heeft gehad met een medebewoner (B). Getuigen hebben gezien dat eiser medebewoner B heeft aangevallen, de keel heeft dichtgeknepen en meerdere vuistslagen heeft uitgedeeld aan B.
Medebewoner B had zichtbare verwondingen in zijn nek. Ook zou eiser die dag en de dag ervoor hebben gezwaaid met een mes. Een andere medebewoner heeft kunnen ingrijpen en heeft eiser en bewoner B uit elkaar gehaald. Zowel medebewoner B als een andere medebewoner gaven aan zich niet veilig te voelen met de aanwezigheid van eiser op de kamer. Zij hebben omstreeks 23:25 uur de politie gebeld om aangifte te doen. Omstreeks 00.35 uur is de politie ter plaatse gekomen. De politie heeft medebewoner B geadviseerd naar de huisarts te gaan met zijn verwondingen en tevens foto’s te maken van de verwondingen en deze bij de aangifte te voegen.
De maatregel
5. Op grond van artikel 10, eerste lid, onder h, van de Rva kunnen de verstrekkingen geheel of gedeeltelijk aan een asielzoeker worden onthouden indien de asielzoeker inbreuk maakt op de verplichtingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid. Dat artikel regelt dat de asielzoeker die onderdak heeft in de opvangvoorziening, verplicht is de huisregels na te leven en gevolg te geven aan aanwijzingen van het personeel. In paragraaf 4 van het Maatregelenbeleid COA zijn verschillende maatregelen opgenomen, toegesneden op de negatieve impact van het incident en/of het getoonde gedrag van een bewoner.
5.1. Het COa heeft toegelicht dat een time out maatregel kan worden opgelegd indien een bewoner een incident veroorzaakt met een grote impact. Deze maatregel houdt in dat het verblijf op de locatie waar de bewoner staat ingeschreven voor de duur van één week wordt ontzegd en dat de bewoner een opvangplek krijgt aangeboden op een andere bestaande reguliere locatie van het COa voor de duur van de maatregel. De time-out kamer is een éénpersoonskamer. De inrichting is sober. Sanitaire voorzieningen zijn bereikbaar en beschikbaar. De bewoner mag geen gebruik maken van programma’s en krijgt geen begeleiding. Financiële verstrekkingen worden ingehouden. Verzekering tegen ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid lopen wel gewoon door. Ook is bezoek aan GZA mogelijk. Verzorgingsproducten en maaltijden worden in natura aangeboden. Ook worden er drie maaltijden per dag verstrekt. De bewoner kan de time out kamer op elk moment verlaten. Na het einde van de maatregel, keert de bewoner terug naar de locatie waar de bewoner eerder verbleef.
Het oordeel van de rechtbank

6. Het COa heeft er in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank terecht op gewezen dat sprake is van een incident met een grote impact: er is sprake van agressie en geweld tegen medebewoners, met gedrag dat als doel heeft de ander fysieke schade toe te brengen. Eiser dreigde immers met een mes, medebewoner B had zichtbare verwondingen en de politie moest erbij komen. De enkele ontkenning van eiser dat hij een mes heeft gepakt is onvoldoende. Uit het dossier en het verweerschrift valt verder op te maken dat eiser na het incident op een noodkamer is geplaatst om verdere problemen die nacht te voorkomen. Desondanks heeft eiser die kamer om 01:00 uur verlaten omdat hij terug wilde naar zijn eigen kamer om spullen te halen. Hij wilde verhuizen van die kamer. Hem is te kennen gegeven dat dat niet mocht en na enige discussie werkte hij toch mee. Dit alles in ogenschouw nemende maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het COa terecht en op juiste gronden de bestreden maatregel heeft opgelegd op 5 maart 2026. Dat eiser uit zelfverdediging zou hebben gehandeld, wat hier ook van zij, doet hier niet aan af temeer dit zijn gedrag niet rechtvaardigt.

6.1.

De rechtbank betrekt hierbij dat het COa terecht stelt dat van eiser verwacht mag worden dat hij zich aan de huisregels houdt. In artikel 1 van de Huisregels COA is bepaald dat elke vorm van (het aanzetten tot) agressie en geweld tegen anderen verboden is en wordt bestraft. Eiser heeft door zijn gedrag de huisregels geschonden waardoor terecht is besloten hem de maatregel op te leggen. Het gedrag van eiser was grensoverschrijdend, onaanvaardbaar en onacceptabel. Geweld in de opvang kan niet worden getolereerd en de veiligheid op locatie voor de medebewoners moet kunnen worden gewaarborgd.

6.2.

Dat de maatregel disproportioneel zou zijn volgt de rechtbank niet. Eiser is bij aanvang van zijn opvang in kennis gesteld van het maatregelenbeleid en mag verondersteld worden bekend te zijn met de huisregels. Eiser heeft ook tijdens de time-out toegang gehad tot basisvoorzieningen waaronder maaltijden, verzorgingsproducten en een ziektekosten- en wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. De rechtbank ziet in hetgeen eiser naar voren heeft gebracht evenmin een grond voor het oordeel dat het besluit niet zou voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Het bestreden besluit kan derhalve in stand blijven.

Conclusie en gevolgen

7. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Derks, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.