Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste en enige aanleg · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 15 mei 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:4389 · Rechtbank Den Haag · 15 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbdha-2020-4389
Zaakgegevens
Op 15 mei 2020 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 15 mei 2020
- Datum publicatie
- 18 mei 2020
- Zaaknummer
- NL20.4264
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:4389
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.4264
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. R.J. Portegies),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: drs. F. Gieskes).
Procesverloop
Bij besluit van 14 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft verweerder geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend. Verder is verzoekster aangezegd Nederland onmiddellijk te verlaten en is haar een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 9 maart 2020 heeft verweerder het inreisverbod ingetrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2020, tegelijk met de behandeling van het beroep van verzoekster (zaaknummer NL20.4263). Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en H. Al Saadoun als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.4263, doet de rechtbank uitspraak op het beroep van eiseres en verklaart dit ongegrond. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.