Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste en enige aanleg · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 18 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:8459 · Rechtbank Den Haag · 18 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbdha-2022-8459
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2022
- Datum publicatie
- 24 augustus 2022
- Zaaknummer
- NL21.14934
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8459
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.14934
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. drs. N. Wouters),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. P. van Zijl).
Procesverloop
Bij besluit van 14 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL21.14933, op 23 juni 2022 op zitting behandeld in Breda. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.E. Hynd. Ook was aanwezig mevrouw [naam 2] , een vriendin van verzoeker. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak NL21.14933 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.