Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Mondelinge uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 28 juni 2021

Zaakgegevens

Op 28 juni 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
28 juni 2021
Datum publicatie
5 april 2022
Zaaknummer
NL21.9124
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:16047
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plak vovo

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.9124

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.C. Boelens),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.F.M. van Raak).

Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.9123, op 28 juni

2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [A] , pastoraal medewerker. Als tolk is verschenen E.Y Belyaea. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 534,-.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

zaaknummer: NL21.9124 2

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.9123, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2021 door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.

zaaknummer: NL21.9124 3

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

28 juni 2021

Mr. M.C. Verra

Rechter

Rechtbank Midden-Nederland

L.M. Janssens - Kleijn

Griffier

Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.