Vreemdelingenrecht

Dublin Frankrijk, voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 2 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 augustus 2024
Datum publicatie
7 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.28405
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:16118
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Frankrijk, voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.28405

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.28404, op 30 juli 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Met bericht van 23 juli heeft de gemachtigde van eiser laten weten dat hij geen gronden zou indienen. Hij heeft eiser in overweging gegeven een andere gemachtigde te zoeken en heeft sindsdien niks van eiser vernomen.

3. De rechtbank heeft geen gronden ontvangen. Er is geen reden gebleken waarom ervan uit moet worden gegaan dat eiser niet in verzuim is. De rechtbank verklaart het beroep om die reden niet-ontvankelijk

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2024 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.L.H. Thomas, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

02 augustus 2024

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.