Vreemdelingenrecht
Verzoek proceskostenvergoeding, regulier
Rechtbank Den Haag, 24 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:22123 · Rechtbank Den Haag · 24 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbdha-2025-22123
Zaakgegevens
Op 24 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 24 november 2025
- Datum publicatie
- 24 november 2025
- Zaaknummer
- NL25.45247
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22123
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek proceskostenvergoeding, regulier
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45247
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. G.M. Van der Woude-Bouius),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
2. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. De minister moet ook het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.