Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Vereenvoudigde behandeling · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 februari 2023

Zaakgegevens

Op 21 februari 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
21 februari 2023
Datum publicatie
21 februari 2023
Zaaknummer
AWB 22/375
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:1934
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

regulier, plakvovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Afdeling bestuursrecht

zaaknummer: AWB 22/375

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 februari 2023 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,geboren op [geboortedatum] ,

van Sierra Leoonse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. N.B. Swart),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij beroepschrift van 31 mei 2022 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van 20 mei 2022. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 22/3390.

Bij verzoekschrift van 21 januari 2022 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist. Het verzoek heeft thans betrekking op de beroepsfase.

Bij uitspraak van heden is het connexe beroep gegrond verklaard.


Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van heden, zaaknummer AWB 22/3390, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten voor het verzoek om een voorlopige voorziening. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,-- en wegingsfactor 1).


Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 837,--.

Deze uitspraak is op 21 februari 2023 gedaan door mr. H. van der Werff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier de voorzieningenrechter is buiten staat te tekenen

Afschrift aan partijen verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.