Vreemdelingenrecht

Wet dwangsom, asielaanvraag, mob, n-o

Rechtbank Den Haag, 8 juni 2023

Zaakgegevens

Op 8 juni 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
8 juni 2023
Datum publicatie
8 juni 2023
Zaaknummer
NL22.16696
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:8241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wet dwangsom, asielaanvraag, mob, n-o

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.16696


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] , eiseres

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [V-nummer] ,

van Nigeriaanse nationaliteit,

mede namens haar minderjarige dochter:

[naam]

geboren op [geboortedatum] ,

(gemachtigde: mr. M. Pals),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

Bij brief van 25 augustus 2022 heeft eiseres een beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag.

Bij besluit van 23 september 2022 heeft verweerder de aanvraag afgewezen.

Verweerder heeft bij brief van 12 september 2022 de rechtbank laten weten dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.

Gemachtigde heeft bij bericht van 19 september 2022 eveneens meegedeeld geen contact meer te kunnen krijgen met eiseres.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.

3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen..

4. Nu eiseres met onbekende bestemming is vertrokken, geldt de vooronderstelling dat een vreemdeling niet langer een inhoudelijke beoordeling van het beroep door de rechtbank verlangt. Het is dan aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat deze vooronderstelling onjuist is en daarmee nog sprake is van procesbelang.

5. Uit de stukken blijkt dat gemachtigde niet in staat is om contact met eiseres te leggen, noch dat er een verblijfplaats van eiseres bekend is. Er zijn geen aanknopingspunten dat eiseres nog nadere rechtsbescherming verlangt. De gemachtigde van eiseres heeft tevens niet aannemelijk gemaakt dat eiseres een rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.