Vreemdelingenrecht

Beroep niet tijdig, asiel

Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
28 oktober 2024
Datum publicatie
28 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31506
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:17499
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet tijdig, asiel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.31506


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam], eiser

V-nummer: [nummer], [nummer]

(gemachtigde: mr. E. Arslan),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.

4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

5.
Eiser heeft op 25 oktober 2023 een asielaanvraag gedaan. Op 24 juli 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld en vervolgens op 9 augustus 2024 een beroep niet tijdig beslissen ingediend.

6. Uit het dossier blijkt dat de minister reeds op 30 mei 2024 een besluit heeft genomen op eisers aanvraag van 25 oktober 2023. Gelet hierop is de ingebrekestelling van 24 juli 2024 niet geldig, heeft eiser geen procesbelang in onderhavig beroep en is er voor de rechtbank geen aanleiding om conform artikel 8:55d, van de Awb te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
T.H. Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.