Vreemdelingenrecht

beroep niet tijdig beslissen, ingebrekestelling prematuur

Rechtbank Den Haag, 17 april 2024

Zaakgegevens

Op 17 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
17 april 2024
Datum publicatie
17 april 2024
Zaaknummer
23.37658
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:5574
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig beslissen, ingebrekestelling prematuur

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.37658


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Syrische nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. D. Aygur),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

Eiser heeft op 30 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022.

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser ingewilligd.

De rechtbank heeft bij bericht van 8 december 2023 eiser verzocht binnen twee weken de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiser heeft desgevraagd geen reactie gegeven op het alsnog genomen besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

2. Nu de staatssecretaris reeds een besluit op de asielaanvraag van eiser heeft genomen, heeft eiser geen belang meer bij zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Omdat eiser desgevraagd geen reactie heeft gegeven op het alsnog genomen besluit, moet het ervoor worden gehouden dat dit besluit geheel aan het beroep van eiser tegemoet komt. Het beroep heeft daarom niet op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb, mede betrekking op het alsnog genomen besluit.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 11 juli 2022. Op deze aanvraag is sinds 21 februari 2023 de nationale procedure van toepassing , zodat vanaf dat moment de wettelijke termijn om te beslissen is gaan lopen. Dit volgt uit artikel 42 lid 6 van de Vreemdelingenwet 2000. De verlengde beslistermijn van 15 maanden zou in het geval van eiser op 21 mei 2024 eindigen. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 10 november 2023 prematuur was ingediend, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.