Vreemdelingenrecht
BNT, te snel opvolgend beroep, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 15 mei 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:7347 · Rechtbank Den Haag · 15 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2024-7347
Zaakgegevens
Op 15 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 mei 2024
- Datum publicatie
- 15 mei 2024
- Zaaknummer
- NL24.2347
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:7347
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT, te snel opvolgend beroep, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2347
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
V-nummer: [nummer 1]
mede namens haar minderjarige dochter:
[naam]
V-nummer: [nummer 2]
(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Inleiding
1. Op 11 december 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het door eiser ingestelde beroep inzake NL23.34020 tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag gegrond verklaard. De staatssecretaris is opgedragen om binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak op de aanvraag van eiser te beslissen. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee de staatssecretaris de genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-.
Op 21 januari 2024 heeft eiser (nogmaals) beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Uit het beleid van de rechtbank volgt dat in het geval er een opvolgend beroep niet tijdig wordt ingesteld voordat de maximale dwangsom is volgelopen, het (opvolgende) beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het opleggen van een tweede dwangsom nog voordat de eerste dwangsom is volgelopen, is namelijk in strijd met het systeem van dit soort beroepen. Een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag doet daarmee af aan de rechtskracht van de eerste uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen.
3. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris tot en met 5 februari 2024 de tijd had om een besluit te nemen. Ten tijde van het instellen van het onderhavige beroep, op
21 januari 2024, was de termijn voor het nemen van een besluit door de staatssecretaris nog niet verlopen.
4. Het is de rechtbank niet gebleken dat de staatssecretaris inmiddels een besluit heeft genomen. Omdat er geen besluit is genomen kan de staatssecretaris, gelet op de uitspraak van 11 december 2023, eerst vanaf 6 februari 2024 een rechterlijke dwangsom verbeuren. Deze dwangsom was ten tijde van het instellen van onderhavig beroep nog niet volgelopen.
5. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.
6. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.