Vreemdelingenrecht

Regulier bnt, beroep gegrond

Rechtbank Den Haag, 29 mei 2024

Zaakgegevens

Op 29 mei 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
29 mei 2024
Datum publicatie
29 mei 2024
Zaaknummer
NL23.32733
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:8148
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier bnt, beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.32733


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
nationaliteit: Jemenitische,
V-nummer: [nummer] ,

en

[naam] , eiseres,
geboren op [geboortedatum] ,

nationaliteit: Jemenitische,

V-nummer: [nummer] ,

mede namens hun kinderen
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [nummer] ,
[naam],
geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,
geboren [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,
[naam],
geboren [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
V-nummer: [nummer] ,
tezamen eisers,
allen van Jemenitische nationaliteit,

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Eisers hebben bij brief van 1 november 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.

Bij brief van 25 mei 2023 hebben eisers de staatssecretaris in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Eisers hebben vervolgens op 13 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

(Awb) uitspraak zonder zitting.

2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing

van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.

3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat

een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

4. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

5. De staatssecretaris had uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag

moeten beslissen (artikel 2u, eerste lid, Vw). De staatssecretaris heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken, dat eisers de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken.

6. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.

7. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat de staatssecretaris aan eisers tegemoet is gekomen door, hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, bij afzonderlijke besluiten van 19 maart 2024 en 15 april 2024, alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van eisers van 1 november 2022.

8. Uit het voorgaande volgt dat aanleiding bestaat de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die eisers hebben gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 875,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van hun beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eisers overgelegde formulier hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij voldoen aan de voorwaarde voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eisers tot een bedrag van
    € 437,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van F.Q.

Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op

rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin

u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit

verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet

deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,

kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.