Vreemdelingenrecht
Beroep niet tijdig, ongegrond
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:19253 · Rechtbank Den Haag · 21 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2025-19253
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2025
- Datum publicatie
- 21 oktober 2025
- Zaaknummer
- NL25.34462
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19253
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig, ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34462
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. K.R. Taha),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 1 januari 2025.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk?
2. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. Eiser heeft de minister gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld.
3. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw vangt bovengenoemde beslistermijn aan wanneer overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
4. Eiser heeft de asielaanvraag ingediend op 1 januari 2025. Uit de stukken in het dossier blijkt dat Nederland met ingang van 31 januari 2025 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. De beslistermijn eindigde in het geval van eiser op 31 juli 2025.
5. Dat betekent dat de beslistermijn nog niet is verstreken en de ingebrekestelling van 10 juli 2024 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
7. Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.