Vreemdelingenrecht

Dublin, plakvovo, vovo afgewezen, wel PKV.

Rechtbank Den Haag, 4 november 2025

Zaakgegevens

Op 4 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
4 november 2025
Datum publicatie
4 november 2025
Zaaknummer
NL25.29966
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20449
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, plakvovo, vovo afgewezen, wel PKV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29966


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum 1] ,

van Salvadoraanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer 1] ,

mede namens haar minderjarige dochter:

[naam 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] ,

van Salvadoraanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer 2] ,

hierna samen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. D.L. Boer).

Procesverloop

1. Bij besluit van 7 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.29965 (het beroep), op 27 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.29965, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). De kosten die verband houden met het verschijnen op zitting zijn in de uitspraak op het beroep vergoed.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van

€ 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Besluit proceskosten bestuursrecht.