Vreemdelingenrecht

Dublin buiten zitting, gezin, plakvovo

Rechtbank Den Haag, 6 november 2025

Zaakgegevens

Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
6 november 2025
Datum publicatie
6 november 2025
Zaaknummer
25.45872, 45874, 45876, 45878, 45880, 45882, 45884
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20823
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin buiten zitting, gezin, plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.45872, NL25.45874, NL25.45876, NL25.45878, NL25.45880, NL25.45882, NL25.45884


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

mede namens de minderjarige kinderen:

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.


Procesverloop

1. Bij besluiten van 22 september 2025 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.45871, NL25.45873, NL25.45875, NL25.45877, NL25.45879, NL25.45881, NL25.45883, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.