Vreemdelingenrecht
Dublin, Zwitserland, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 9 februari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:2200 · Rechtbank Den Haag · 9 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-2200
Zaakgegevens
Op 9 februari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 9 februari 2024
- Datum publicatie
- 22 februari 2024
- Zaaknummer
- NL24.1965
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2200
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Zwitserland, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.1965
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 17 januari 2024 niet in behandeling genomen omdat volgens de staatssecretaris Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 6 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. Eiser is niet verschenen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De rechtbank staat eerst voor de vraag of eiser nog een procesbelang heeft. Uit de stukken volgt dat eiser met ingang van omstreeks 19 december 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Zijn gemachtigde heeft gesteld dat hij omstreeks die tijd voor het laatst contact met hem zal hebben gehad. De gemachtigde heeft nadien wel berichten verstuurd, zoals over de datum van de zitting, maar hij heeft nergens antwoord op gehad. De gemachtigde weet ook niet waar eiser verblijft.
De rechtbank maakt hieruit op dat eiser uit de opvang is vertrokken en geen ander verblijfsadres van hem bekend is. Ook is er sinds 6 weken geen (wederzijds) contact meer met zijn gemachtigde, terwijl de procedure aanhangig is. De gemachtigde kan niet vertellen of eiser nog belang stelt in de afloop van de procedure. Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat dat niet het geval is. Hieruit volgt dat eiser geen procesbelang meer heeft.
2. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2024 door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 februari 2024
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
Documentcode: [documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.