Vreemdelingenrecht

bnt, asiel, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 30 april 2025

Zaakgegevens

Op 30 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
30 april 2025
Datum publicatie
30 april 2025
Zaaknummer
25.9498
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7334
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt, asiel, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.9498


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 oktober 2022.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?

2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Deze termijn geldt eveneens voor de bij uitspraak van 16 december 2024 door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, aan de minister gegeven opdracht om opnieuw op de asielaanvraag van eiser te beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn nog niet is verstreken.

3. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 12 februari 2025 te vroeg en dus prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zie in dit verband bijv. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2233.