Vreemdelingenrecht

beroep niet tijdig, asiel

Rechtbank Den Haag, 2 mei 2025

Zaakgegevens

Op 2 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
2 mei 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
Zaaknummer
NL24.32424
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7535
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, asiel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.32424


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer [nummer],

(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 4 november 2022.

1.1.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?

2. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd. Eiseres heeft de minister gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld.

3. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft geoordeeld dat de minister de beslistermijn rechtmatig heeft verlengd. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 4 november 2022. Uit de stukken in het dossier blijkt dat Nederland met ingang van 11 juli 2023 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. De beslistermijn eindigde in het geval van eiseres op 11 oktober 2024.

4. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 24 juli 2024 te vroeg en dus prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiseres te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. Met inwerkingtreding van het WBV 2023/3, voor alle asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024. Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b van de Awb. ECLI:NL:RBDHA:2024:5087. Artikel 42, zesde lid, van de Awb.