Vreemdelingenrecht
Beroep niet tijdig, asiel, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 7 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7873 · Rechtbank Den Haag · 7 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2025-7873
Zaakgegevens
Op 7 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 7 mei 2025
- Datum publicatie
- 7 mei 2025
- Zaaknummer
- NL25.8552
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7873
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig, asiel, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.8552
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. R. Achttienribbe),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In een eerdere procedure (NL24.20114) heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard wegens het prematuur indienen van de ingebrekestelling.
2. In een daaropvolgende procedure (NL24.26271) heeft diezelfde rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser gegrond verklaard en aan de minister een nadere beslistermijn van acht weken opgelegd.
3. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister in weerwil van het gezag van deze tweede rechterlijke uitspraak, niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 10 februari 2023.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk?
4. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd. Eiser heeft de minister gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft eerder geoordeeld dat de minister de beslistermijn rechtmatig heeft verlengd.
5. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 10 februari 2023. De beslistermijn zou in het geval van eiser op 10 mei 2024 eindigen. Op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw vangt de termijn als bedoeld in het eerste lid echter aan op het moment dat Nederland verantwoordelijk wordt voor de behandeling van de aanvraag. Uit het dossier blijkt dat Nederland op 1 december 2023 verantwoordelijk is geworden, omdat eiser niet tijdig aan de Maltese autoriteiten is overgedragen. Dat betekent, nu deze rechtbank en zittingsplaats de verlenging van de beslistermijn rechtmatig acht, dat de wettelijke beslistermijn in het geval van eiser eindigde op 1 maart 2025.
6. Gelet op het overwogene onder 5. is de ingebrekestelling van 30 januari 2025 te vroeg en dus prematuur ingediend. Datzelfde geldt voor de ingebrekestellingen van
3 februari 2025 en 24 februari 2025. Het beroep voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van J. Yedema, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.