Vreemdelingenrecht
afwijzing voorlopige voorziening na beslissing op het beroep
Rechtbank Den Haag, 2 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:1741 · Rechtbank Den Haag · 2 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-1741
Zaakgegevens
Op 2 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 2 februari 2026
- Datum publicatie
- 2 februari 2026
- Zaaknummer
- NL25.46210
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1741
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing voorlopige voorziening na beslissing op het beroep
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46210
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. C.T.W. van Dijk als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.46208, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.