Vreemdelingenrecht
plakvovo, afgewezen na uitspraak beroep, wel pkv
Rechtbank Den Haag, 28 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21087 · Rechtbank Den Haag · 28 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-21087
Zaakgegevens
Op 28 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 28 juli 2026
- Datum publicatie
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.41292
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21087
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo, afgewezen na uitspraak beroep, wel pkv
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41292
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoekster,
geboren op [datum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
Procesverloop
1. Verzoekster heeft op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het besluit van 22 augustus 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op
9 oktober 2025 op zitting behandeld. Op de zitting zijn ook het beroep en de voorlopige voorziening van de echtgenoot van eiseres, [naam 2] , behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.41291, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in verband met haar verzoek om een voorlopige voorziening heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Omdat sprake is van gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het verschijnen ter zitting alsmede het indienen van een schriftelijke reactie vergoed in de beroepszaak.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.