Vreemdelingenrecht
Beroep niet tijdig, asiel
Rechtbank Den Haag, 8 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:237 · Rechtbank Den Haag · 8 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-237
Zaakgegevens
Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 8 januari 2026
- Datum publicatie
- 8 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.58355
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:237
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig, asiel
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58355
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 17 maart 2025.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. De beslistermijn vangt aan op de datum dat wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 17 maart 2025. Bij brief van 13 juni 2025 heeft de minister eiser medegedeeld dat zijn asielaanvraag in de nationale procedure opgenomen wordt. De rechtbank stelt vast dat de verantwoordelijkheid van Nederland al eerder vaststond, namelijk na het verstrijken van twee maanden na de Eurodac-treffer van 17 maart 2025. Nederland is dus op 18 mei 2025 verantwoordelijk geworden voor de aanvraag. De beslistermijn van zes maanden is op die datum aangevangen en verstreken op 18 november 2025. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 9 november 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.