Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Vereenvoudigde behandeling · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Datum publicatie
7 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.8304
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:29552
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

pkv verzoek

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.8304


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam]

V-nummer: [nummer],

[naam]
V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: verzoekers

(gemachtigde: mr. F. van Dijk)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

1.2.

De rechtbank stelt verzoekers vrij van de verlichting tot betaling van griffierecht.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben hun beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken. Verzoekers hebben daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.

4. Verzoekers hebben op 13 februari 2026 een beroep wegens niet tijdig beslissen

ingediend.

4.1.

Voor zover dit beroep was gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 1 augustus 2023, was het beroep niet-ontvankelijk. De minister had immers op 26 november 2025 al een besluit op deze aanvraag genomen.

4.2.

Voor zover het beroep was gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar

van 19 december 2025, was het beroep eveneens niet-ontvankelijk. Er is namelijk geen ingebrekestelling ingediend, waardoor niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor een beroep wegens niet tijdig beslissen. Bovendien was de termijn om op het bezwaar te beslissen nog niet verstreken.

5. Het beroep van verzoekers voldoet niet aan de voorwaarden. Het verzoek om een

proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 6:12, tweede lid, onder b.