Vreemdelingenrecht

Beroepen niet tijdig, asiel, MVV.

Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
22 oktober 2026
Datum publicatie
22 oktober 2026
Zaaknummer
AWB 26/12185
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:31091
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroepen niet tijdig, asiel, MVV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26/12185


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] eiseres,
V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf van 6 februari 2026.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister moet uiterlijk binnen negen maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De beslistermijn van negen maanden zal in het geval van eiseres verstrijken op 6 november 2026. De vermelding van de datum van 7 mei 2026 in de ontvangstbevestiging van de aanvraag is een streefdatum van de minister en kan niet afdoen aan de in de wet bepaalde beslistermijn. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 2 juli 2026 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.M. Reuver, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.


griffier rechter

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw). Artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)