Vreemdelingenrecht
Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, verzoek afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:4110 · Rechtbank Den Haag · 2 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-4110
Zaakgegevens
Op 2 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 2 maart 2026
- Zaaknummer
- NL26.5070
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4110
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, verzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5070
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoekster,
geboren op [geboortedatum 1] ,
V-nummer: [nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [nummer 2]
[naam 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [nummer 3]
allen van Nigeriaanse nationaliteit,
hierna: verzoekers,
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 28 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.5069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.