Vreemdelingenrecht
Beroep niet tijdig, asiel, kennelijk niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:4126 · Rechtbank Den Haag · 2 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-4126
Zaakgegevens
Op 2 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 2 maart 2026
- Zaaknummer
- NL26.3788
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4126
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig, asiel, kennelijk niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.3788
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 15 juni 2025.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet dient de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag te beslissen. Wanneer onderzoek wordt gedaan in het kader van de Dublinverordening vangt deze termijn, op grond van artikel 42, zesde lid, van de Vw aan op het moment dat wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
3. Eiser heeft op 15 juni 2025 asiel aangevraagd.
4. In het onderhavige geval is eiser op 23 juli 2025 geïdentificeerd in het Eurodac systeem. Daarnaast heeft op 7 augustus 2025 een gehoor in het kader van de Dublinverordening plaatsgevonden waarmee naar het oordeel van de rechtbank onderzoek als bedoeld in artikel 42, zesde lid, van de Vw is verricht.
5. Op grond van artikel 21, eerste lid, tweede en derde alinea, van de Dublinverordening had de minister binnen twee maanden na de ‘Eurodac-treffer’ een claimverzoek bij een andere lidstaat kunnen indienen.
6.
De rechtbank stelt vast dat Nederland, na het verstrijken en ongebruikt blijven van deze termijn, vanaf 24 september 2025 verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is op dat moment aangevangen en eindigt op 24 maart 2026.
7. Het voorgaande betekent dat de ingebrekestelling met dagtekening 30 december 2025 prematuur verzonden is. Hierom voldoet het beroep niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Conclusie en gevolgen
8. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
9. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
V.M. de Koning, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.