Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Vereenvoudigde behandeling · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 13 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:427 · Rechtbank Den Haag · 13 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-427
Zaakgegevens
Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 13 januari 2026
- Datum publicatie
- 13 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.31484
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:427
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bnt, asiel, n-o.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31484
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer],
mede namens haar de minderjarige kinderen:
[naam], geboren op [geboortedatum],
[naam] , geboren op [geboortedatum],
(gemachtigde: mr. A. de Haan),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 24 februari 2024.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. Het niet tijdig nemen van een besluit wordt voor de toepassing van bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld.
3. Een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om tijdig te beslissen en twee weken zijn verstreken na ontvangst van een schriftelijke ingebrekestelling.
4. De minister moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. De beslistermijn na een Dublin-claim vangt aan op de datum dat wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
5. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 24 februari 2024. Bij brief van 7 januari 2025 heeft de minister eiseres medegedeeld dat zij in de nationale procedure opgenomen wordt. De rechtbank stelt vast dat Nederland op 3 januari 2025 verantwoordelijk is geworden voor de aanvraag, omdat eiseres niet tijdig is overgedragen aan de autoriteiten van Spanje. De beslistermijn van zes maanden is daar mee aangevangen op 3 januari 2025 en zou verstrijken op 3 juli 2025. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 23 juni 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.