Vreemdelingenrecht
Vervallenverklaring uitspraak
Rechtbank Den Haag, 11 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:4965 · Rechtbank Den Haag · 11 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-4965
Zaakgegevens
Op 11 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Datum publicatie
- 11 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.36434
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4965
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervallenverklaring uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36434 vervallenverklaring
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Op 6 augustus 2025 is door eiser in beroep ingesteld, omdat de minister
niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 1 oktober 2024. Bij uitspraak van
10 november 2025 heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor zover dat is gericht tegen het alsnog genomen besluit ongegrond verklaard.
Overwegingen
2. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van 10 november 2025 vervallen moet
worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.
3. In de uitspraak van 10 november 2025 stelt de rechtbank dat eiser geen
inhoudelijke gronden heeft ingediend tegen het alsnog genomen besluit en dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen dit alsnog genomen besluit, daarom ongegrond wordt verklaard. Dit is evenwel onjuist. Eiser heeft namelijk in het beroep onder zaaknummer NL25.51260 op 20 oktober 2025 weldegelijk en tijdig inhoudelijke gronden ingediend tegen het alsnog genomen besluit. De rechtbank heeft dit in haar uitspraak van 10 november 2025 niet onderkend en heeft het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit op onjuiste gronden ongegrond verklaard.
4. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak van 10 november 2025 vervallen. De
zaak wordt opnieuw door de rechtbank behandeld.
Beslissing
De rechtbank verklaart haar uitspraak van 10 november 2025 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van,
A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op: