Vreemdelingenrecht

Verzet, visum, termijnoverschrijding

Rechtbank Den Haag, 4 juni 2019

Zaakgegevens

Op 4 juni 2019 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
4 juni 2019
Datum publicatie
28 juni 2019
Zaaknummer
AWB 18 / 7500
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:6456
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet, visum, termijnoverschrijding

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 18/7500

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak van

[naam], opposant

Overwegingen

1. Bij uitspraak van deze rechtbank van 2 mei 2019 met bovengenoemd zaaknummer is het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en omdat eiser geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding heeft gegeven.

2. Bij brief van 13 mei 2019, door de rechtbank ontvangen op 22 mei 2019, heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak. De rechtbank ziet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb aanleiding om uitspraak te doen zonder zitting omdat opposant in Marokko verblijft en niet heeft verzocht over het verzet te worden gehoord.

3. Opposant voert aan dat hij niet in staat was om tijdig te reageren omdat de postbezorging in Marokko trager verloopt dan in Nederland. Hij verzoekt de rechtbank zijn zaak alsnog inhoudelijk te behandelen.

4. In verzet kan slechts worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Het verzetschrift geeft geen aanleiding voor het oordeel dat dit niet het geval is geweest. De gestelde omstandigheid dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt door de trage Marokkaanse postbezorging maakt nog niet dat de termijnoverschrijding ook verschoonbaar is. Dat laatste is in dit geval niet vast te stellen doordat opposant heeft nagelaten om te onderbouwen op welke datum hij de beschikking op bezwaar wel heeft ontvangen.

5. Het verzet is ongegrond, zodat de uitspraak van 2 mei 2019 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.