Vreemdelingenrecht
Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31459 · Rechtbank Den Haag · 22 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-31459
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.51224
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:31459
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opvolgende asielaanvraag – geen nieuwe elementen of bevindingen – aanvragen niet-ontvankelijk – beroepen ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.51224
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer 1]
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , V-nummer: [V-nummer 2] , en
[minderjarige 2] , V-nummer: [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 28 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.51223, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 oktober 2026 door mr. S.S. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.