Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 oktober 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.53698, NL26.53700, NL26.53702 en NL26.53704
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:31657
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo – afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.53698, NL26.53700, NL26.53702 en NL26.53704


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[verzoeker 1], verzoeker 1, V-nummer: [V-nummer 1]

[verzoekster 1] , verzoekster 1, V-nummer: [V-nummer 2]

[verzoeker 2] , verzoeker 2, V-nummer: [V-nummer 3]

[verzoekster 2] , verzoekster 2, V-nummer: [V-nummer 4]

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. P.J. van den Hoogen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

In vier afzonderlijke besluiten van 10 september 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.53697, NL26.53699, NL26.53701 en NL26.53703, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden als kennelijk ongegrond af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 26 oktober 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.