Arbeidsrecht
Arbeidsrecht: berusting ontslag op staande voet, billijke vergoeding. Werkgever niet in de procedure verschenen
Rechtbank Den Haag, 6 april 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:6990 · Rechtbank Den Haag · 6 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/arbeidsrecht/beschikking/ecli-nl-rbdha-2021-6990
Zaakgegevens
Op 6 april 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Gouda
- Datum uitspraak
- 6 april 2021
- Datum publicatie
- 7 juli 2021
- Zaaknummer
- 9042884 \ EJ VERZ 21-81077
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6990
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Arbeidsrecht: berusting ontslag op staande voet, billijke vergoeding. Werkgever niet in de procedure verschenen
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 6 april 2021deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2021:6990
Gerechtshof Den Haag · 9 november 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2051(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Rechtbank den haag
Zittingsplaats Gouda
JPV
Rolnr.: 9042884 \ EJ VERZ 21-81077
Datum: 6 april 2021
Beschikking van de kantonrechter in de zaak:
[verzoeker] (toev.nr. 3LA3632),
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. R.J. Maassen,
tegen
de besloten vennootschap Prosperity International B.V.,
te Reeuwijk,
verwerende partij,
niet verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoeker] ” en “Prosperity International”.
1 Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen d.d. 22 februari 2021;
- het betekeningsexploot d.d. 22 maart 2021;
Op 24 maart 2021 heeft er een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2 Overwegingen
[verzoeker] verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, hetgeen in het verzoekschrift is vermeld.
Prosperity International is blijkens het betekeningsexploot behoorlijk opgeroepen, maar is niet ter zitting verschenen. Evenmin heeft Prosperity International op andere wijze gereageerd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
[verzoeker] is door Prosperity International per 5 januari 2021 op staande voet ontslagen. [verzoeker] heeft aangevoerd dat geen sprake is van een dringende reden ex artikel 7:677BW die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Wel berust [verzoeker] in het ontslag, omdat de verhouding tussen partijen inmiddels is verstoord. De kantonrechter volgt die lezing. Immers heeft Prosperity International hetgeen in het verzoekschrift en de gegeven toelichting ter zitting niet weersproken en de vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Dit leidt er toe dat de verzochte transitievergoeding en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging worden toegewezen.
De verzochte billijke vergoeding zal eveneens worden toegewezen, omdat de hoogte van dit bedrag, gelet op de omstandigheden van het onderhavige geschil, naar het oordeel van de kantonrechter billijk is.
Prosperity International wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld.
3 Beslissing
De kantonrechter:
- veroordeelt Prosperity International om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen:
I de transitievergoeding van € 1.098,81 bruto;
II de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.540,42 bruto;
III een billijke vergoeding van € 7.277,76 bruto.
- veroordeelt Prosperity International om binnen 14 dagen na heden aan [verzoeker] te verstrekken een deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin de hierboven onder I t/m III vermelde bedragen zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag, voor iedere dag dat Prosperity International hieraan niet voldoet aan de beschikking, met een maximum van € 5.000,00;
- veroordeelt Prosperity in de kosten van het geding, tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 583,00 waarvan een bedrag van € 498,00 als het aan de gemachtigde van [verzoeker] toekomende salaris;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. P.M. Frinking en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2021.