Burgerlijk procesrecht
Zekerheidsstelling voor proceskosten. Eiseres verzoekt vanwege bijzondere omstandigheden zekerheid te mogen…
Rechtbank Den Haag, 18 augustus 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:8949 · Rechtbank Den Haag · 18 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2021-8949
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2021
- Datum publicatie
- 17 augustus 2021
- Zaaknummer
- C/09/588958 / HA ZA 20-209
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:8949
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zekerheidsstelling voor proceskosten. Eiseres verzoekt vanwege bijzondere omstandigheden zekerheid te mogen stellen door storting op een rekening van het LDCR.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/588958 / HA ZA 20-209
Vonnis van 18 augustus 2021
in de zaak van
de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging
BRUMBY SHIPHOLDINGS S.A.,
gevestigd te Panama-Stad,
eiseres,
advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam,
tegen
1. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging
BARIVEN S.A., te Caracas, Venezuela,
2. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging
PETROLEOS DE VENEZUELA S.A., te Caracas, Venezuela,
3. de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging
PDVSA OPERACIONES ACUÁTICAS S.A., te Caracas, Venezuela,
gedaagden;
advocaat mr. M. Deckers te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Brumby en PDVSA c.s. genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het vonnis in incident van 30 september 2020;
-
de akte in het incident tot zekerheidsstelling voor proceskosten ex artikel 224 Rv van Brumby van 28 oktober 2020, met één productie;
-
de antwoordakte in het incident tot zekerheidsstelling voor proceskosten ex artikel 224 Rv van PDVSA c.s. van 11 november 2020;
-
de verwijzing van de zaak naar de parkeerrol (op verzoek van partijen) op 9 december 2020;
-
de B-16 formulieren van 14 juli 2021, waarin partijen zich hebben uitgelaten over de voortzetting van de procedure.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Bij vonnis in incident van 30 september 2020 heeft de rechtbank Brumby bevolen voor een bedrag van € 15.699 zekerheid te stellen voor de proceskosten ex artikel 224 Rv.
Bij akte van 28 oktober 2020 heeft Brumby zich op het standpunt gesteld dat zij vanwege de internationale sancties tegen Venezuela geen bankgarantie gesteld kan krijgen ten gunste van PDVSA c.s. Zij bankiert niet in Nederland. Zij kan dan ook niet zelf een garantie regelen in Nederland. Brumby's eigen bank houdt kantoor in de VS en mag geen garantie regelen of daarbij assisteren, ten behoeve van Venezolaanse staatsbedrijven. Daarnaast is het volgens Brumby advocaten en notarissen niet (langer) toegestaan om hun derdengeldenrekening te benutten om zekerheid te stellen. Daarom verzoekt Brumby om zekerheid te mogen stellen door middel van storting op een rekening van de rechtbank (lees: het Landelijk Diensten Centrum Rechtspraak, LDCR) of door middel van een aan het LDCR te verstrekken garantie.
Bij antwoordakte van 11 november 2020 hebben PDVSA c.s. zich op het standpunt gesteld dat Brumby niet alle mogelijkheden heeft onderzocht om zekerheid te stellen, waarbij zij onder de punten 2.10 tot en 2.12 een aantal alternatieven heeft geopperd. PDVSA c.s. kunnen ermee instemmen dat Brumby zekerheid stelt door middel van storting op een rekening van het LDCR.
Brumby heeft zich nog niet uitgelaten over de door PDVSA c.s. in haar antwoordakte van 11 november 2020 geopperde alternatieven. Daarnaast vraagt de rechtbank zich af of de mogelijkheid bestaat dat Brumby een bankgarantie kan laten stellen door de bank van PDVSA c.s. De rechtbank verzoekt Brumby zich over een en ander bij akte gemotiveerd uit te laten. Hierbij overweegt de rechtbank dat het stellen van zekerheid via het LDCR (vooralsnog) niet tot de mogelijkheden behoort.
3 De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rolzitting van 1 september 2021 voor akte door Brumby als bedoeld in rechtsoverweging 2.4;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Erich en in het openbaar uitgesproken door
mr. D. Nobel, rolrechter, op 18 augustus 2021.