Civiel recht overig
Geschil over de vraag wie de contractspartij is bij een via internet tot stand gekomen overeenkomst.
Rechtbank Den Haag, 28 november 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:13975 · Rechtbank Den Haag · 28 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2017-13975
Zaakgegevens
Op 28 november 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 28 november 2017
- Datum publicatie
- 28 november 2017
- Zaaknummer
- 6052355 RL EXPL 17-14235
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:13975
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geschil over de vraag wie de contractspartij is bij een via internet tot stand gekomen overeenkomst.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats ‘s-Gravenhage
ae
Rolnr.: 6052355 RL EXPL 17-14235
20 november 2017 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Van Dijk Educatie B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Kampen,
eisende partij,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.P. van Veenendaal.
Partijen worden hierna aangeduid als “Van Dijk” en “ [gedaagde] ”.
Procedure
1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
-
de dagvaarding van 10 mei 2017 met productie;
-
de conclusie van antwoord, met productie;
-
de voorafgaande aan de comparitie van partijen namens Van Dijk overgelegde (aanvullende) producties;
-
de aantekeningen van de griffier van de op 26 september 2017 gehouden comparitie van partijen.
Geschil
2. Van Dijk vordert – kort gezegd – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van
€ 595,31 met de wettelijke rente daarover en de proceskosten.
3. Aan de vordering heeft Van Dijk ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] leermiddelen heeft geleverd en/of verhuurd en dat [gedaagde] uit dien hoofde gehouden is tot betaling van de door Van Dijk aan [gedaagde] verzonden factuur van 10 augustus 2016 van € 511,21. [gedaagde] heeft die factuur – ondanks aanmaning door Van Dijk en haar gemachtigde onbetaald gelaten. Van Dijk maakt daarom aanspraak op betaling van het factuurbedrag, op betaling van € 76,68 aan buitengerechtelijke incassokosten en op vergoeding van de wettelijke rente. Van Dijk heeft de tot 2 mei 2017 verschuldigde rente berekend op € 7,42.
4. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist dat tussen haar en Van Dijk een overeenkomst tot stand is gekomen. Zij stelt dat niet zij, maar haar stiefvader de leermiddelen bij Van Dijk heeft besteld. De moeder van [gedaagde] is in december 2015 overleden, waarna de relatie tussen [gedaagde] en haar stiefvader is verslechterd. Uiteindelijk is [gedaagde] uit huis geplaatst. [gedaagde] stelt daardoor ook nimmer brieven van Van Dijk te hebben ontvangen.
Beoordeling
5. De kantonrechter stelt voorop dat de stelplicht en de bewijslast van de door Van Dijk gestelde overeenkomst tussen Van Dijk en [gedaagde] rust op Van Dijk.
6. [gedaagde] heeft betwist partij te zijn bij de overeenkomst waarop Van Dijk haar vordering baseert. Zij stelt immers dat niet zij, maar haar stiefvader de leermiddelen bij Van Dijk heeft besteld. Tegenover die betwisting heeft Van Dijk aangevoerd dat een online bestelling is gedaan en dat bij die bestelling de gegevens van [gedaagde] zijn ingevuld.
7. Ook als de juistheid van die laatste stelling van Van Dijk vast zou komen te staan, kan daaruit evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat [gedaagde] bedoelde bestelling heeft gedaan. Bedoelde feiten sluiten immers niet uit dat haar stiefvader de bestelling heeft gedaan en daarbij de gegevens van [gedaagde] heeft ingevuld. De door Van Dijk gestelde feiten kunnen de haar stelling dat [gedaagde] partij is bij de door overeenkomst waarop de vordering is gebaseerd derhalve niet dragen. De vordering wordt daarom afgewezen.
8. Van Dijk zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Van Dijk in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 200,- als het aan de gemachtigde van [gedaagde] toekomende salaris;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A. Emmens en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2017.