Civiel recht overig
afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Rechtbank Den Haag, 13 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:1355 · Rechtbank Den Haag · 13 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-1355
Zaakgegevens
Op 13 februari 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 13 februari 2020
- Datum publicatie
- 19 februari 2020
- Zaaknummer
- C/09/588255 / FA RK 20-720
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1355
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/588255 / FA RK 20-720
Datum beschikking: 13 februari 2020
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 10 februari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] , Thailand,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.
Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 9 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Maassluis tot het nemen van de crisismaatregel van 9 februari 2020;
-
een op 9 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
-
een uittreksel uit de justitiële documentatie;
-
een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen met de hulp van de tolk [tolk]
door de rechtbank gehoord:
-
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
-
de behandelend [psychiater] ;
-
de [verpleegkundige]
-
de [co-assistent]
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.
Standpunten ter zitting
De betrokkene heeft desgevraagd verklaard dat zij bereid is vrijwillig te verblijven in de accommodatie totdat zij terug kan gaan naar beschermd wonen in Maassluis en heeft daar aan toegevoegd dat zij graag zelfstandig in Vlaardingen zou gaan wonen.
De advocaat heeft voor een verblijf op vrijwillige basis gepleit.
De behandelend psychiater heeft ter zitting verklaard dat bij opname sprake was van een psychose met katatoon toestandsbeeld dat zich inmiddels heeft genormaliseerd. De betrokkene neemt de voorgeschreven medicatie (lorazepam) in. Omdat het beeld is verbeterd, wordt de medicatie afgebouwd. Het is belangrijk dat betrokkene nog enkele dagen in de accommodatie zal verblijven. Toegewerkt wordt naar ontslag. In een verblijf op vrijwillige basis bestaat voldoende vertrouwen.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige verwaarlozing.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank overweegt dat uit het verhandelde ter zitting blijkt dat het toestandsbeeld van betrokkene inmiddels is verbeterd en dat de betrokkene zich niet verzet tegen de door de psychiater ter zitting thans nog noodzakelijk geoordeelde zorg, waaronder klinisch herstel in de accommodatie en de inname van medicatie. De betrokkene is immers bereid om op basis van vrijwilligheid de noodzakelijke vormen van zorg te ontvangen en langer in de accommodatie te verblijven. De behandelend psychiater heeft haar vertrouwen uitgesproken in een verblijf op vrijwillige basis. Voortzetting van de crisismaatregel is derhalve niet noodzakelijk.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. I. Zetstra, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 februari 2020. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2020. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
||