Civiel recht overig
Eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden in plaats van de verzochte duur van vijf jaar.
Rechtbank Den Haag, 10 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:2243 · Rechtbank Den Haag · 10 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-2243
Zaakgegevens
Op 10 februari 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 10 februari 2020
- Datum publicatie
- 13 maart 2020
- Zaaknummer
- C/09/587607 / FA RK 20-370
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Arkema-Hummel te Leidschendam.
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:2243
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eerste rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden in plaats van de verzochte duur van vijf jaar.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/587607 / FA RK 20-370
Datum beschikking: 10 februari 2020
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking naar aanleiding van het op 24 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van vijf jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1937 te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie te verpleeghuis [verblijfplaats]
advocaat: mr. P. Arkema-Hummel te Leidschendam.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 september 2016;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 9 januari 2020;
- een op 19 december 2019 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was;
- een verklaring van de zorgaanbieder Careyn van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 22 januari 2020;
- een zorgplan van 9 januari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 februari 2020.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de [arts 2]
- de [verpleegkundige] .
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie Alzheimer type.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Voortvloeiend uit de stoornis is cliënt niet meer in staat voldoende voor zichzelf te zorgen, zij is volledig zorgafhankelijk van anderen. Cliënt verzet zich dagelijks tegen de opname in de accommodatie en blijft pogingen ondernemen naar buiten te gaan. Zij kan daarbij boos en agressief worden richting anderen, hetgeen tevens leidt tot boosheid en irritaties van anderen.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Cliënt heeft 24-uurs zorg en toezicht nodig die enkel aan haar kunnen worden geboden in de accommodatie.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd.
Anders dan door het CIZ is verzocht, kan een eerste rechterlijke machtiging tot opname en verblijf onder de Wzd worden verleend voor de duur van ten hoogste zes maanden. Pas indien een cliënt al op grond van een machtiging tot opname en verblijf onder de Wzd in een accommodatie verblijft, kan de rechtbank een eerstvolgende machtiging tot opname en verblijf verlenen met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaren ten aanzien van cliënten met een psychogeriatrische aandoening.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 1937 te [geboorteplaats]
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 augustus 2020.
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. van der Kleijn, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 februari 2020. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 februari 2020. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
||