Civiel recht overig

vervangende toestemming vakantie

Rechtbank Den Haag, 28 april 2026

Zaakgegevens

Op 28 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 april 2026
Datum publicatie
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/703745 / KG ZA 26-420
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:14092
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vervangende toestemming vakantie

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/703745 / KG ZA 26-420

Vonnis in kort geding van 28 april 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[de vrouw] te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. T. Ertekin te Den Haag,

tegen:

[de man] zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- het bericht van 24 april 2026, met bijlage, van de vrouw;

- de op 24 april 2026 gehouden mondelinge behandeling.

1.2

De man is behoorlijk opgeroepen tegen die zitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen de man is verstek verleend.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan:

2.1

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

2.2

Zij zijn de ouders van de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats].

2.3

Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

3 Het geschil

3.1

De vrouw vordert om haar bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, om met [minderjarige] van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 van [plaats 1] ([land 1]) naar [plaats 2] ([land 2]) te reizen.

4 De beoordeling

4.1.

De vrouw wil graag met [minderjarige] naar [plaats 2] op vakantie gaan. De man heeft geen verweer gevoerd en de rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] om met de vrouw op vakantie te kunnen gaan. De voorzieningenrechter zal dan ook de door de vrouw verzochte vervangende toestemming voor een vakantie met [minderjarige] naar [plaats 2] in de periode van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 verlenen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verleent verstek tegen de man;

5.2.

verleent de vrouw toestemming, die de toestemming van de man vervangt, om met de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats], in de periode van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 van [plaats 1] ([land 1]) naar [plaats 2] ([land 2]) te reizen;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Hees en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.

AJAO