Civiel recht overig
contactverbod, gebiedsverbod gedurende 12 maanden.
Rechtbank Den Haag, 30 december 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:16388 · Rechtbank Den Haag · 30 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbdha-2016-16388
Zaakgegevens
Op 30 december 2016 heeft de Rechtbank Den Haag in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 december 2016
- Datum publicatie
- 30 december 2016
- Zaaknummer
- C/09/523236 / KG ZA 16-1501
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2016:16388
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
contactverbod, gebiedsverbod gedurende 12 maanden.
Uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/523236 / KG ZA 16-1501
Vonnis in kort geding van 30 december 2016
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2]
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
./. 1.1. Eiser heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 29 december 2016 bij de daarin opgenomen eis volhard.
Gedaagde is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend.
2 De beoordeling van het geschil
De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.
Er zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verbiedt gedaagde om gedurende twaalf maanden na de betekening van dit vonnis anders dan via zijn eventuele advocaat in persoon, telefonisch, schriftelijk, per e-mail dan wel op andere (digitale) wijze in contract te treden met eiser;
verbiedt gedaagde om zich gedurende twaalf maanden na de betekening van dit vonnis te bevinden binnen het gebied in [woonplaats 1] als zwart-omlijnd weergegeven op de bijgevoegde kaart;
bepaalt dat gedaagde een dwangsom verbeurt van € 250,-- voor iedere keer dat hij een van voormelde verboden overtreedt, zulks met een maximum van € 15.000,--;
machtigt eiser om, indien gedaagde voormelde verboden overtreedt, gedaagde met behulp van de sterke arm van politie en justitie te doen verwijderen;
bepaalt dat deze dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals in onderdeel 2.2 van dit vonnis is vermeld;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten tot op dit vonnis in totaal begroot op € 704,51, waarvan:
a. € 606,-- te voldoen aan eiser (€ 527,-- aan salaris advocaat en € 79,-- aan griffierecht);
b. € 98,51, inclusief BTW, wegens explootkosten, aan de griffier van de rechtbank na ontvangst van een nota;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2016.