Civiel recht overig
afwezigheidsbewind, consignatiekas
Rechtbank Den Haag, 26 maart 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:3438 · Rechtbank Den Haag · 26 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/tussenbeschikking/ecli-nl-rbdha-2018-3438
Zaakgegevens
Op 26 maart 2018 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 maart 2018
- Datum publicatie
- 26 maart 2018
- Zaaknummer
- 6572083 EJ VERZ 18-60280
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- TussenbeschikkingTussenbeschikkingEen tussenstap van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, voordat de eindbeslissing valt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:3438
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwezigheidsbewind, consignatiekas
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ‘s-Gravenhage
Zaaknr.: 6572083 EJ VERZ 18-60280
BM.nr.: CB 78445
26 maart 2018
Ambtshalve beschikking van de kantonrechter betreffende afwezigheidsbewind
De rechtbank te Den Haag heeft bij beschikking van 16 mei 1991
[beschermingsbewindvoerder] ,
[woonplaats] ,
[adres] ,
bewindvoerder,
benoemt tot bewindvoerder over het vermogen van de afwezige:
[afwezige] ,
laatstelijk wonende te Den Haag,
thans zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in of buiten Nederland,
geboren op [geboortedag] 1956 te [plaats] ,
rechthebbende,
uitsluitend met betrekking tot het onroerend goed gelegen aan de [adres] te [plaats] .
Overwegingen
Het onroerend goed waarover het bewind is uitgesproken is op 16 september 1991 verkocht. Over het na aftrek van de hypothecaire geldlening en kosten van de verkoopopbrengst resterende bedrag van ? 32.237,28 is sedertdien bewind gevoerd door de bewindvoerder.
De verblijfplaats van rechthebbende is tot op heden onbekend. Het aan rechthebbende toebehorende banksaldo kan daarom niet aan hem worden overgedragen. Door de kosten van het bewind is het onder bewind staande vermogen van rechthebbende de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. De kantonrechter is van oordeel dat het laten voortbestaan van het bewind onder deze omstandigheden niet in het belang van rechthebbende is.
Hoewel de wet daartoe niet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt, zal de kantonrechter, gelet op voornoemde omstandigheden, de bewindvoerder opdragen het vermogen van rechthebbende te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën. Nadat de bewindvoerder dit bedrag heeft gestort en hiervan het bewijs van consignatie van het Ministerie van Financiën heeft overgelegd, zal het bewind worden opgeheven.
Beslissing
De kantonrechter:
draagt de bewindvoerder op het vermogen van rechthebbende te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financien;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Gegeven door mr. A. Emmens, kantonrechter te Den Haag, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2018.
Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof Den Haag hoger beroep worden ingesteld:
a door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
b door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de
betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze
bekend is geworden.