Civiel recht overig
niet ontvankelijk, verzoek te laat ingediend
Rechtbank Den Haag, 19 juni 2013
ECLI:NL:RBDHA:2013:19299 · Rechtbank Den Haag · 19 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbdha-2013-19299
Zaakgegevens
Op 19 juni 2013 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 19 juni 2013
- Datum publicatie
- 27 maart 2014
- Zaaknummer
- 445052 / KG RK 13-1210
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2013:19299
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
niet ontvankelijk, verzoek te laat ingediend
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2013/38
zaak-/rolnummer: 445052 / KG RK 13-1210
procedurenummers: SGR 12/6323 t/m 12/6349,12/6638 t/m 12/6714, 12/6717, 12/7101 t/m 12/7146, 12/7148 t/m 12/7162, 12/7164 t/m 12/7189, 12/7191 t/m 12/7426, 12/7428 t/m 12/7532, 12/7534 t/m 12/7549, 12/4018, 12/4022, 12/4077, 12/4728, 12/4832, 12/5055, 12/5071, 12/5074, 12/5077, 12/5079, 12/5088, 12/5187,12/5191, 12/5193, 12/5199, 12/5200, 12/5277, 12/5417, 12/5527, 12/5691, 12/5698, 12/5699, 12/5723, 12/5774, 12/5776, 12/5899, 12/5901, 12/5979, 12/6026, 12/6027, 12/6028, 12/6029, 12/6030, 12/6054, 12/6055, 12/6057, 12/6060, 12/6064, 12/6095, 12/6096, 12/6097, 12/6155, 12/6167, 12/5967, 12/5969, 12/6178, 12/8706, 12/6180, 12/6224, 12/6244, 12/6247, 12/6262, 12/6263, 12/6267, 12/6270, 12/6271, 12/6272, 12/6274, 12/6277, 12/6281, 12/6282, 12/6283, 12/6284, 12/6440, 12/7045, 12/7062, 12/7098, 12/7550, 12/7551, 12/7553, 12/7554, 12/7556, 12/7796, 12/7797, 12/7798, 12/7799, 12/7802, 12/7803, 12/7813, 12/7815, 12/7816, 12/7817, 12/8476, 12/8855, 12/8927, 12/10392, 12/7163, 12/7190, 12/7805, 12/7806, 12/4195, 12/4198, 12/4200, 12/4260, 12/4265, 12/4719, 12/4720, 12/4730, 12/4731, 12/4763, 12/4764, 12/4765, 12/4766, 12/4768, 12/5951 t/m 12/5956, 12/5958 t/m 12/5965 BPM.
datum beslissing: 19 juni 2013
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht, in de zaken van:
Basic Car Fix BV en anderen,
verzoekers,
gemachtigde: A.F.J.M. Verhoeven,
tegen
de inspecteurs van de Belastingdienst Utrecht, de Belastingdienst Utrecht-Gooi/ kantoor Utrecht, de Belastingdienst Zuidwest/kantoor Roosendaal, de Belastingdienst Limburg/kantoren Roermond en Buitenland.
strekkende tot wraking van:
mrs. G.J. Ebbeling, K.M. Braun en T. van Rij,
bestuursrechters in de rechtbank Den Haag.
1 De voorgeschiedenis en het procesverloop
De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag Bpm opgelegd aan verzoekers. Gemachtigde van verzoekers heeft beroep ingesteld tegen beslissingen op bezwaar van de inspecteurs van de Belastingdienst.
De behandeling van de beroepschriften is gepland op 19 juni, 20 juni, 26 juni, 27 juni en 28 juni 2013 ter zitting van een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. G.J. Ebbeling, mr. K.M. Braun of mr T. van Rij.
Bij faxbericht van 17 juni 2013 heeft gemachtigde van verzoekers een verzoek tot wraking van genoemde drie bestuursrechters gedaan.
2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek
Op 19 juni 2013 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Gemachtigde is verschenen. De bestuursrechters mrs. G.J. Ebbeling en T. Van Rij zijn, mede namens mr. K.M. Braun, verschenen. Namens de Belastingdienst is mr. H.F. van Woudenberg verschenen. Mr. Braun heeft de wrakingskamer bericht niet ter zitting te kunnen verschijnen.
3 Het standpunt van verzoeker
Aan het wrakingsverzoek is ten grondslag gelegd dat de genoemde bestuursrechters deel hebben uitgemaakt van een meervoudige kamer, die eerder uitspraken heeft gedaan op beroepschriften in soortgelijke zaken die door de gemachtigde bij de rechtbank zijn ingediend. In die zaken is beslist over dezelfde rechtsvragen en feiten die in de onderhavige beroepschriften aan de orde zijn. Het in deze zaken gegeven oordeel is, volgens gemachtigde, apert onjuist en niet in lijn met rechtspraak van hogere instanties. De rechtbank had aan deze rechtspraak niet zonder meer voorbij mogen gaan. Gemachtigde is van mening dat de genoemde bestuursrechters hiermee de schijn van partijdigheid hebben gewekt.
4 Het standpunt van de bestuursrechters
De bestuursrechters hebben te kennen gegeven niet in de wraking te berusten. Zij hebben opgemerkt dat niet duidelijk is namens welke verzoekers het verzoek tot wraking is gedaan, nu noch de verzoekers, noch de procedurenummers van de beroepschriften in het wrakingsverzoek zijn genoemd. Voorts stellen de bestuursrechters zich op het standpunt dat het verzoek tot wraking niet tijdig is gedaan, nu gemachtigde reeds op 2 mei 2013 bekend was met de zittingsamenstelling.
5 De beoordeling
De wrakingskamer begrijpt het wrakingsverzoek aldus dat het is ingediend ten aanzien van de in deze beslissing vermelde procedurenummers.
Artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een verzoek tot wraking gedaan wordt zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ter zitting is gebleken dat de gemachtigde van verzoekers er op 2 mei 2013 mee bekend was welke rechters de bovenvermelde beroepen zouden behandelen. Door het wrakingsverzoek pas op 17 juni 2013 te doen, en dus na meer dan zes weken nadat hij hiermee bekend was geworden, heeft hij niet voldaan aan het vereiste dat het verzoek tijdig moet worden gedaan. Gelet hierop zijn verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat de bezwaren van gemachtigde tegen de eerdere uitspraken bezwaren tegen inhoudelijke rechtsoordelen zijn, die geen grond voor wraking kunnen opleveren.
6. De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoekers p/a de gemachtigde A.F.J.M. Verhoeven,
• de verweerder de inspecteur van de Belastingdienst Utrecht (t.a.v. mr. H.F. Woudenberg),
• de bestuursrechters mrs. G.J. Ebbeling, mr. K.M. Braun en mr T. van Rij.
Deze beslissing is gegeven door mrs. E. Rabbie, F.J. Verbeek en J.Th. van Walderveen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.W.W. Koppe als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.