Insolventierecht
Rechtbank verklaart zich onbevoegd van verzoek tot faillietverklaring kennis te nemen, nu woonplaats…
Rechtbank Den Haag, 10 maart 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:16026 · Rechtbank Den Haag · 10 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2015-16026
Zaakgegevens
Op 10 maart 2015 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 maart 2015
- Datum publicatie
- 22 maart 2016
- Zaaknummer
- C/09/481575 / FT RK 15/84
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2015:16026
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rechtbank verklaart zich onbevoegd van verzoek tot faillietverklaring kennis te nemen, nu woonplaats gerekestreerde niet tot het arrondissement Den Haag behoort. Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, heeft het faillissement van een vof niet langer steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge. De aanbeveling dat de verzoeken tot faillietverklaring en vennoten
‘zoveel mogelijk tezamen worden gedaan en behandeld’ kan gelden voor behandeling bij eenzelfde, in alle zaken bevoegde rechtbank, maar lijkt, zeker nu nadrukkelijk van afzonderlijke verzoeken sprake is, de werking van de regels van relatieve bevoegdheid niet te beperken. Daarmee ligt een zekere afstemming bij een eventuele faillietverklaring meer in de rede dan het, in weerwil van de wettelijke bevoegdheidsregels, om proceseconomische redenen toch bij elkaar houden van verzoeken.
Zaak overgedragen aan rechtbank Rotterdam.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]Beschikking
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies
Rekestnummer: C/09/481575 / FT RK 15/84
BESCHIKKING op de aanvraag tot faillietverklaring van:
De naamloze vennootschap
N.V. Nuon Sales Nederland,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster.
1 De procedure
Op 22 januari 2015 is ter griffie van de rechtbank een verzoek, gedateerd 21 januari 2015, ingediend tot faillietverklaring van
[gerekestreerde],
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],
woonadres: [postcode, woonplaats en adres],
gerekestreerde.
Het verzoek strekt mede tot faillietverklaring van de vennootschap onder firma Firma [X],
gevestigd te [Y], ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [00000000], van welke vennootschap onder firma gerekestreerde vennoot is, alsmede tot faillietverklaring van haar overige vennoten.
2 De beoordeling
Volgens het verzoek en het uittreksel uit de basisregistratie personen is gerekesteerde woonachtig in de gemeente [Z].
Artikel 2, eerste lid, van de Faillissementswet bepaalt dat de faillietverklaring geschiedt door de rechtbank van de woonplaats des schuldenaars. De gemeente [Z] is niet gelegen binnen het arrondissement Den Haag.
Sinds het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251, heeft het faillissement van een vof niet langer steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge. De aanbeveling dat de verzoeken tot faillietverklaring en vennoten
‘zoveel mogelijk tezamen worden gedaan en behandeld’ kan gelden voor behandeling bij eenzelfde, in alle zaken bevoegde rechtbank, maar lijkt, zeker nu nadrukkelijk van afzonderlijke verzoeken sprake is, de werking van de regels van relatieve bevoegdheid niet te beperken. Daarmee ligt een zekere afstemming bij een eventuele faillietverklaring meer in de rede dan het, in weerwil van de wettelijke bevoegdheidsregels, om proceseconomische redenen toch bij elkaar houden van verzoeken.
Nu gerekestreerde woonachtig is in het ambtsgebied van de rechtbank Rotterdam, zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren en de behandeling van dit verzoek, in de stand waarin het zich bevindt, overdragen aan de Rotterdamse rechtbank.
Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat gerekestreerde inmiddels een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling bij deze rechtbank heeft ingediend. Ook dat verzoek is bij beslissing van heden overgedragen aan de Rotterdamse rechtbank.
Het eerder bedoelde bij elkaar houden van de verschillende faillissementsverzoeken zou in dat geval ook coördinatieproblemen met zich brengen tussen een in Den Haag dienend faillissementsverzoek en een in Rotterdam te behandelen WSNP-verzoek, dat de behandeling van het eerste immers schorst. Ook daarom lijken het bijeenhouden van het ene ‘Rotterdamse’ faillissementsverzoek en het samenhangende WSNP-verzoek en coördinatie bij een eventuele faillietverklaring in de rede te liggen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart zich niet bevoegd om het verzoek tot faillietverklaring
in behandeling te nemen;
- draagt het verzoek ter verdere behandeling over aan de rechtbank Rotterdam.
Deze beschikking is op 10 maart 2015 gegeven door mr. G.H.M. Smelt, rechter, in aanwezigheid van A.A. Nazimov, griffier.