Insolventierecht
Artikel 287b Fw. Moratorium. Hoewel pas sinds kort budgetbeheer, is financiële situatie verzoeker stabiel en…
Rechtbank Den Haag, 13 september 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:11359 · Rechtbank Den Haag · 13 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2018-11359
Zaakgegevens
Op 13 september 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 13 september 2018
- Datum publicatie
- 21 september 2018
- Zaaknummer
- FT RK 18/1521 en FT RK 18/1522
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.D. Pietersz
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:11359
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 287b Fw. Moratorium. Hoewel pas sinds kort budgetbeheer, is financiële situatie verzoeker stabiel en overzichtelijk (slechts vier schuldeisers). Verzoek toegewezen.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team insolventies – enkelvoudige kamer
rekestnummer: C/09/559379 / FT RK 18/1521 en FT RK 18/1522
Vonnis van 13 september 2018
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats],
verzoeker,
advocaat: mr. D.D. Pietersz,
tegen
de vennootschap onder firma
[X] V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam
verweerster.
1 De procedure
Op 4 september 2018 is een verzoek ingediend waarin gevraagd wordt om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b eerste lid van de Faillissementswet (Fw.). Verzoeker heeft tevens een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.
Het verzoek strekt ertoe dat aan [X] V.O.F. gevestigd te Amsterdam wordt verboden om de woning van verzoeker te ontruimen. De ontruiming stond aanvankelijk gepland voor donderdag 6 september 2018.
Bij tussenvonnis van 5 september 2018 is de ontruiming verboden totdat op het onderhavige verzoek om een voorlopige voorziening een eindbeslissing zal zijn genomen.
Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 12 september 2018. Verzoeker is vergezeld van zijn advocaat mr. Pietersz en de heer [A] van Schuldsanering Nederland. Hoewel daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen is namens verhuurder, niemand ter zitting verschenen.
2 De beoordeling
Het moratorium
De voorlopige voorziening van artikel 287b Fw., het moratorium, heeft blijkens de wetsgeschiedenis, voor zover hier van belang, tot doel om een soort adempauze te bereiken die de schuldenaar in staat moet stellen het minnelijk traject voort te zetten om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden te bereiken c.q. af te ronden.
De rechtbank verwijst naar Kamerstukken I 2006-2007, 29 942, C, p. 5. Hieruit blijkt dat, wil artikel 287b Fw. van toepassing kunnen zijn, er met het minnelijk traject een aanvang moet zijn gemaakt.
Een redelijke uitleg van de wet brengt met zich dat met dat minnelijk traject een aanvang wordt gemaakt direct aansluitend aan de zogenaamde stabilisatiefase. Die fase heeft ten doel het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar; inkomsten worden gemaximaliseerd en uitgaven tot een minimum beperkt, er is geen crisis en de beslagvrije voet wordt gegarandeerd. Tevens is die fase bedoeld om rust te creëren voor de schuldenaar, zodanig dat op gedragsverandering kan worden ingezet. In het kader van de stabilisatie kunnen ook budgetcoaching, budgetbeheer, beschermingsbewind en flankerende hulp worden ingezet.
Het doorlopen van die fase is niet alleen van belang voor het slagen van het schuldhulpverleningstraject, maar ook om voldoende aannemelijk te maken dat de voor het verlenen van het moratorium vereiste stabiliteit bereikt is.
In het verzoekschrift zal dan ook moeten worden vermeld wanneer het stabilisatietraject is aangevangen, wanneer het is afgerond en met name wat er in die fase is gebeurd en bereikt.
Verzoeker heeft zich pas op 26 juli 2018 aangemeld bij Schuldsanering Nederland blijkt uit de uit het verzoekschrift. Er is door de schuldhulpverlener ter zitting verklaart dat op zeer kort termijn een crediteurenlijst is opgemaakt met daarop vier schuldeisers. Eén van die schuldeisers is de verhuurder, namelijk [X] V.O.F. met een bedrag van € 7.042,61. Daarnaast staat er een bedrag van € 4.152,21 op de crediteurenlijst die, zoals verzoeker verklaart, is ontstaan na het eindigen van zijn relatie. Na de beëindiging moest het huis opgeknapt worden omdat verzoeker en zijn toenmalige partner niet in het huis konden blijven wonen. De kosten voor het o.a. opknappen van de woning worden verhaald op verzoeker.
Na aanmelding bij de schuldhulpverlening zijn er brieven opgemaakt door de schuldhulpverlener en verstuurd aan de schuldeisers om tot een akkoord te komen. Per 1 september 2018 is er budgetbeheer ingesteld zodat de vaste lasten op tijd betaald kunnen worden en er geen nieuwe schulden kunnen ontstaan. Verzoeker heeft een baan en werkt veel om op die manier extra geld te verdienen. Het salaris dat hij elke maand ontvangt wordt automatisch gestort op beheerrekening zodat de budgetbeheerder de vaste lasten waaronder de huur kan betalen.
De schuldsaneringsregeling
Een verzoek als het onderhavige dient naar het oordeel van de rechtbank niet te worden toegewezen indien onaannemelijk is dat verzoeker tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Dat laatste is voorshands niet het geval. Daarnaast is de rechtbank gebleken dat er sprake is van een bedreigende situatie als bedoeld in artikel 287b tweede lid van de Faillissementswet.
Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling kan nog niet worden afgedaan nu het minnelijk traject nog niet is afgerond. De verdere behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op 5 februari 2019 om 10:00 uur.
3 De beslissing
De rechtbank:
- verbiedt [X] V.O.F. tot ontruiming van de woning op het adres [straat, postcode en woonplaats] over te gaan;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek verschuldigde huurtermijnen vanaf heden zullen worden voldaan;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt totdat de uitspraak op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde is gegaan of dit verzoek is ingetrokken;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van zes maanden;
Ten aanzien van verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling:
- Schorst de behandeling;
- Bepaalt dat de voortgezette behandeling van het verzoek tot toelating tot toelating van de schuldsaneringsregeling zal plaats vinden op 5 februari 2019 om 10:00 uur
- bepaalt dat uiterlijk een week voor voornoemde datum verslag zal worden uitgebracht als bedoeld in artikel 287b zesde lid van de Faillissementswet.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels, rechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2018 in tegenwoordigheid van J.E.M. Witberg, griffier.