Insolventierecht
WSNP; verlening schone lei; klare taal
Rechtbank Den Haag, 7 februari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:1330 · Rechtbank Den Haag · 7 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-1330
Zaakgegevens
Op 7 februari 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 februari 2022
- Datum publicatie
- 22 februari 2022
- Zaaknummer
- C/09/18/121 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:1330
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WSNP; verlening schone lei; klare taal
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/18/121 R
vonnis van 7 februari 2022
in de zaak van:
[schuldenares]
geboren op [geboortedatum]1974 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [adres], [postcode en woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [schuldenares] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is verstreken. De rechtbank beoordeelt nu of mevrouw [schuldenares] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. In dat geval wordt aan mevrouw [schuldenares] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen niet meer op mevrouw [schuldenares] kunnen verhalen.
De rechtbank zal aan mevrouw [schuldenares] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 Verloop van de procedure
Mevrouw [schuldenares] is op 26 maart 2018 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. A.C.M. Höppener tot rechter-commissaris en, voor het laatst, R. Springer te Zuidland tot bewindvoerder benoemd.
De rechter-commissaris heeft op 1 maart 2019 de looptijd van de regeling verlengd met tien maanden. Deze verlengde looptijd is op 26 januari 2022 verstreken.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat mevrouw [schuldenares] haar verplichtingen is nagekomen. De bewindvoerder adviseert de schone lei aan mevrouw [schuldenares] te verlenen. De rechter-commissaris ondersteunt dat advies.
De eindzitting heeft op 7 februari 2022 buiten aanwezigheid van mevrouw [schuldenares] en de bewindvoerder plaatsgevonden.
2 De beoordeling
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor mevrouw [schuldenares] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt (in de kern: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting). Om te kunnen beoordelen of aan mevrouw [schuldenares] de schone lei wordt verleend, beoordeelt de rechtbank of zij (toerekenbaar) is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen gedurende de looptijd van de WSNP, met andere woorden: of zij deze verplichtingen tijdens de looptijd van de regeling voldoende is nagekomen.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [schuldenares] niet (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- stelt vast dat mevrouw [schuldenares] niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- verstaat dat de verplichtingen van mevrouw [schuldenares] zijn geëindigd op 26 januari 2022, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.863,82 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- stelt het vastrecht vast op € 666,-, voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. H.J. van Harten, rechter, in samenwerking met mr. M.J.P. Vink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2022.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.