Insolventierecht
Pro forma schone lei vonnis. Klare taal.
Rechtbank Den Haag, 21 maart 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:2478 · Rechtbank Den Haag · 21 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-2478
Zaakgegevens
Op 21 maart 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 maart 2022
- Datum publicatie
- 22 maart 2022
- Zaaknummer
- R.19.62
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:2478
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pro forma schone lei vonnis. Klare taal.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/19/62 R
vonnis van 21 maart 2022
in de zaak van:
[saniet]
geboren op [geboortedatum]-1978 te [geboorteplaats],
wonende te [adres, postcode en woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[saniet] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is verstreken. De rechtbank beoordeelt nu of [saniet] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. In dat geval wordt aan [saniet] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [saniet] kunnen verhalen.
De rechtbank zal aan [saniet] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 Verloop van de procedure
[saniet] is op 14 maart 2019 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. R.G.C. Veneman tot rechter-commissaris en R. de Geus (Van der Linden C.S.) te Zwijndrecht tot bewindvoerder benoemd.
De gebruikelijke looptijd van drie jaar is op 14 maart 2022 verstreken.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat [saniet] haar verplichtingen is nagekomen. De bewindvoerder adviseert de schone lei aan [saniet] te verlenen. De rechter-commissaris ondersteunt dat advies.
De eindzitting heeft op 21 maart 2022 buiten aanwezigheid van [saniet] en de bewindvoerder plaatsgevonden.
2 De beoordeling
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor [saniet] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt (in de kern: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting). Om te kunnen beoordelen of aan [saniet] de schone lei wordt verleend, beoordeelt de rechtbank of zij (toerekenbaar) is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen gedurende de looptijd van de WSNP, met andere woorden: of zij deze verplichtingen tijdens de looptijd van de regeling voldoende is nagekomen.
De rechtbank stelt vast dat [saniet] niet (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- stelt vast dat [saniet] niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- verstaat dat de verplichtingen van [saniet] zijn geëindigd op 14 maart 2022, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.371,39 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- stelt het vastrecht vast op € 666,-, voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2022.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.